Cochenille

Zo in de winter als er geen verse planten meer te vinden zijn is het een goed moment om met cochenille te verven. Voor een project verzamel ik nu zoveel mogelijk tinten, van helder rose tot diep rood. Het is heel bijzonder hoeveel heldere tinten met dit beestje te krijgen zijn. Cochenille is namelijk een schildluis, de dactylopius coccus. In Europa pas bekend sinds de 16e eeuw. Ze komt uit Mexico en Peru en leeft van het sap van schijfcactussen. In die tijd werd er wel al geverfd met een Europese variant van de cochenille, de kermes luis, maar deze was veel moeilijker te oogsten aangezien deze op wortels onder de grond leefde. Bovendien is cochenille rood erg goed was- en lichtecht. De verfstof werd al snel razend populair in Europa.


Inmiddels wordt textiel geverfd met een chemische variant, maar kan je de cochenille nog terugvinden als kleurstof in allerlei levensmiddelen onder de naam E120.
De pH waarde van een verfbad heeft invloed op de kleur. Cochenille kleurt warmrood in een zuur verfbad en neigt meer naar paars in een basisch bad.  Kraanwater is per definitie basisch, dus een pH waarde van 7+. Net als het water uit de meeste beken en riviertjes. Omdat ik nu juist rode tinten wil, gebruik ik regenwater, waar de pH waarde meestal minder dan 7 is. De wollen op de foto zijn allemaal voorgebeitst met aluin en wijnsteen. De dieprood is geverfd op grijze wol met cochenille en een vleugje meekrap.